In de keuken woont Puk de poes. Puk is een speur-poes. Snor-snor.
Vandaag is er iets weg. De rode bal. Weg! Puk kijkt rond. “Miauw, waar is de bal?” zegt Puk.
Puk ziet drie sporen. Een nat spoor bij de gootsteen. Plas-plas. Een kruimel spoor bij de koekjesdoos. Knap-krak. En een zacht rolspoor naar de mand.
“Kom mee,” zegt Puk. “Jij mag mee speuren.”
Eerst naar het natte spoor. Puk tikt met een poot. Tik-tik. Er ligt een natte veer. “Ah,” zegt Puk, “Eef de eend was hier. Maar eenden rollen geen bal.”
Dan naar de kruimels. Puk ruikt. Snif-snif. Er zit een beetje koek op de vloer. “Bo de beer eet graag,” zegt Puk. “Maar Bo pakt geen bal. Bo pakt koek.”
Dan naar het rolspoor. Het gaat naar de mand met was. Puk luistert. “Piep-piep,” hoort Puk.
Puk tilt een zachte sok op. Hop! Daar ligt de rode bal. En ernaast: Rits de muis. Rits kijkt lief. “Ik wilde spelen,” zegt Rits.
Puk lacht. “Dan spelen we samen. Rol-rol!” De bal rolt zacht. Iedereen blij.
Moraal: Samen zoeken en delen maakt alles fijn.