Mila, Noor en Saar zijn twee. Ze zitten in de speelkamer. Het is rustig. Op tafel staat een kom met blauwe blokjes.
“O nee,” zegt Mila. “Eén blokje weg!”
Noor klapt zacht: “Toc-toc, wij zijn speurders!” Saar lacht: “Hihi!”
Ze kijken goed. Mila wijst. “Op de grond?” Hop. Geen blokje.
Noor kijkt onder de poppenwagen. “Rrrrr,” doet het wieltje. Geen blokje.
Saar kijkt bij de boekjes. “Blad-blad.” Geen blokje.
Mila ziet iets kleins. “Kijk, kruimels!”
Noor ruikt. “Mmm… banaan.”
Saar zegt: “Banaan is geel. Blokje is blauw.” Ze knikt heel wijs.
Ze volgen de kruimels. Stap-stap. Naar de keuken.
Op het kleed ligt een knuffelbeer. “Poef,” zegt Saar en tilt hem op.
Daar ligt het blokje! Het zit onder de beer.
Mila pakt het. “Gevonden!”
Noor zegt: “Beer lag erop. Dat is de hint.”
Saar zegt: “Beer was moe. Hij wilde zacht.”
Ze leggen het blokje terug in de kom. Plok. Ze geven beer ook een plekje.
Moraal: Samen kijken en rustig denken helpt altijd om iets terug te vinden.