Lars is twee jaar oud. Hij heeft een grote glimlach en ogen vol nieuwsgierigheid. Vandaag is er iets vreemds aan de hand. Zijn lievelingsknuffel, Beer, is verdwenen. Lars kijkt rond in de kamer. Waar is Beer?
Mama zit op de bank. "Mama, waar is Beer?" vraagt Lars. Mama lacht. "Misschien is Beer verstoppertje aan het spelen," zegt ze.
Lars gaat op zoek. Eerst kijkt hij onder de tafel. Geen Beer. Dan kijkt hij achter de gordijnen. Geen Beer. Lars krabt op zijn hoofd. Waar kan Beer zijn?
Plots ziet Lars iets glinsteren onder de stoel. Het is een klein stukje stof. Lars pakt het op. "Wat is dit?" vraagt hij aan zichzelf. Hij kijkt goed en denkt na. Dit stofje ziet eruit als het jasje van Beer!
Lars volgt het spoor van stofjes. Ze leiden naar de keuken. In de keuken ziet hij dat de deur van het keukenkastje een beetje openstaat. "Zou Beer daar zijn?" vraagt Lars zich af.
Voorzichtig opent Lars het kastje. Daar, tussen de potten en pannen, zit Beer! "Beer!" roept Lars blij. Hij pakt zijn knuffel en geeft hem een dikke knuffel.
Mama komt de keuken in. "Heb je Beer gevonden?" vraagt ze met een glimlach. "Ja, Beer zat in het kastje!" zegt Lars trots. Mama lacht en zegt: "Je bent een echte speurneus, Lars!"
Lars voelt zich heel blij. Hij heeft het mysterie opgelost. Hij heeft Beer gevonden. Nu kunnen ze weer samen spelen.
Soms moeten we goed kijken en nadenken om iets te vinden.