Kleine Wolf zit in zijn huisje. Hij kijkt rond. Waar is zijn blauwe bal? Kleine Wolf zoekt op het tapijt. Geen bal. Hij kijkt onder de tafel. Geen bal. “Waar ben je, bal?” zegt Kleine Wolf zacht.
Kleine Wolf loopt naar zijn knuffelbeer. “Beer, heb jij mijn bal gezien?” vraagt hij. Beer glimlacht. Hij weet het niet.
Kleine Wolf gaat naar zijn vriendje Muis. Muis zit op de stoel. “Muis, weet jij waar mijn bal is?” vraagt Kleine Wolf. Muis denkt even. “Misschien in de mand?” piept Muis.
Kleine Wolf kijkt in de mand. Daar liggen sokken, een blok en een boek. Geen bal. Kleine Wolf lacht. “Wat een gekke plek voor sokken!” zegt hij. Muis giechelt.
Dan hoort Kleine Wolf een zacht geluid. Boink, boink! Wat is dat? Kleine Wolf volgt het geluid. Hij kijkt achter het gordijn. Wat ziet hij daar? Zijn blauwe bal rolt langzaam naar hem toe!
“Daar ben je!” roept Kleine Wolf blij. De bal is weer gevonden. Kleine Wolf geeft de bal een zachte duw. Nu spelen Kleine Wolf en Muis samen met de bal. Ze lachen en springen in het rond. Beer kijkt toe, ook blij.
Samen zoeken is leuk. Samen vinden is fijn.
Samen lukt alles beter!