Mila is twee jaar. Ze speelt in de woonkamer. Plots hoort ze: “Toc-toc!” op de vloer. Mila kijkt rond. Waar komt dat geluid vandaan? Ze ziet haar knuffelbeer niet. “Beer, waar ben je?” roept Mila. Beer zegt niks. Mila kijkt achter de bank. “Hop!” Geen beer. Ze kijkt onder de tafel. “Plop!” Geen beer.
Mama komt binnen. “Wat zoek je, Mila?” vraagt mama. “Beer is weg!” zegt Mila. Mama helpt. Samen kijken ze onder het kussen. “Tada!” Daar ligt een blauw sokje. Maar geen beer. Mila lacht: “Dat is mijn sok!” Ze zoeken verder. Mila hoort weer: “Toc-toc!” Ze volgt het geluid.
Ze kijkt bij de kast. Daar ligt een speelgoedauto. “Vroem-vroem!” zegt Mila. Maar geen beer. Ze ziet iets bruins bij de gordijn. Mila loopt zachtjes. “Sssst…” Ze tilt het gordijn op. “Hoera!” Daar zit beer. Beer lacht. “Beer!” roept Mila blij. Mama zegt: “Goed gezocht, Mila!”
Mila knuffelt beer. Iedereen lacht. “Samen zoeken is fijn!” zegt mama. Mila knikt. Ze geeft beer een dikke kus. Beer is weer thuis.
Samen zoeken en helpen is altijd leuk en lief.