Tom is drie jaar en speelt graag in de kamer. Zijn blauwe auto is weg. Tom zoekt onder de stoel. De auto ligt daar niet. Mama komt kijken. “Waar is je auto?” zegt mama. Tom kijkt bij het raam. Alleen een beer zit daar. Tom vraagt: “Beer, heb jij de auto?” Beer zegt niets. Tom lacht. Tom kijkt in de kast. Hij ziet sokken en een bal. Geen auto. Dan kijkt Tom in de mand. Hij vindt een blok en een boek. Geen auto. Tom denkt even na. Hij kijkt naar de bank. Daar ligt een dekentje. Tom tilt het dekentje op. Daar is de blauwe auto! Tom roept blij: “Ik heb hem!” Mama lacht en klapt in haar handen. Tom zet de auto naast beer. Samen rijden ze rond. Tom zegt: “Dank je wel, beer!” Alles is weer goed. Mama knuffelt Tom. Tom voelt zich fijn en veilig. Samen zoeken is leuk en lief.
Met samen zoeken vind je alles sneller en blijft het gezellig.