Op een zonnige zomerdag rent Tim vrolijk door de tuin. "Mama, kijk! Ik ga helpen in de tuin!", roept Tim blij.
Mama glimlacht. "Goed idee, Tim! Hier is een kleine gieter. We gaan de planten water geven."
Tim pakt de gieter vast en vult hem met water. "Planten dorst," zegt Tim. Hij giet voorzichtig water over de bloemen. "Drink maar, bloemen!"
Opeens komt buurmeisje Anna aangehuppeld. "Hoi Tim! Wat doe je?"
"Ik help in de tuin," zegt Tim trots. "Wil je ook helpen?"
Anna knikt enthousiast. "Ja, graag!"
Samen geven Tim en Anna de planten water. "Planten zijn blij," zegt Anna.
Tim knikt. "Ja, en wij helpen ze groeien!"
Na het water geven, gaan ze naar de moestuin. "Kijk, groenten!" roept Tim. "We kunnen wortels plukken."
Mama komt erbij staan. "Goed gedaan, Tim en Anna. Nu hebben we verse wortels voor het avondeten."
"Jippie!" juicht Tim. "Wij zijn tuinhelden!"
Anna lacht. "Tuinhelden zijn belangrijk."
Mama knikt. "Ja, samen helpen we de natuur. Dat is goed voor de aarde."
Tim en Anna kijken naar de groene tuin. "De tuin is mooi," zegt Anna.
Tim knikt blij. "Ja, en wij maakten hem mooier!"
Samen rennen ze lachend door de tuin. "Zomervakantie is leuk," zegt Tim.
"Ja!" roept Anna. "En helpen is fijn."
"Zeker," zegt mama. "Jullie zijn geweldige helpers!"
En zo genieten Tim en Anna van de warme zomerdag, terwijl ze leren hoe belangrijk het is om samen voor de natuur te zorgen.