Het is ochtend. De zon piept zachtjes door het raam. Vier meisjes zitten samen in de tuin. Ze heten Noor, Mila, Saar en Roos. De vogeltjes zingen: “Tjilp, tjilp!”
Noor kijkt naar de grond. “Kijk!” zegt ze, “er ligt een papiertje.” Mila pakt het papiertje op. “Dat hoort niet in het gras,” zegt Mila. “Waar moet het dan?” vraagt Saar. Roos wijst naar de prullenbak. “Daar!” zegt ze blij.
Hop, hop, de meisjes lopen samen naar de prullenbak. Plop! Het papiertje zit nu goed. De meisjes lachen. “Goed gedaan,” zegt Noor.
Dan zien ze een lieveheersbeestje op een blaadje. Saar zegt zacht: “Hallo, klein beestje.” Het lieveheersbeestje kriebelt over haar hand. “Zorg voor de natuur,” zegt Mila. Roos geeft de plantjes wat water. “Plens, plens!” klinkt het zacht. De zon warmt hun gezichtjes. “Mmm,” zegt Noor, “het ruikt lekker buiten.”
Samen rapen ze nog meer kleine stukjes afval op. Mila zegt: “Met kleine handjes helpen wij de aarde.” Saar knikt. “Iedereen kan helpen,” zegt ze.
Aan het einde van de dag zitten de meisjes samen op het gras. Ze zijn blij en rustig. De vogels zingen weer: “Tjilp, tjilp!” Het is fijn om samen te zorgen voor alles wat leeft.
Met kleine stapjes maken wij de wereld mooi en lief.