Op het zachte mos woont Eekhoorn Puk. De lucht ruikt naar nat blad. Puk hoort een zacht “tik”. Daar ligt een leeg flesje bij het pad.
Puk tikt met zijn pootje. “Wat is dit?” zegt Puk. Vogel Floe fladdert laag. “Dat is afval,” zegt Floe. “Het hoort niet in het bos.”
Puk voelt het koele plastic. “Ik wil helpen,” zegt Puk. Floe knikt. “We doen het samen.”
Ze lopen naar het parkje bij de bank. Daar staan drie bakken. Een groene, een blauwe en een grijze. De bakken zijn groot en stil.
Floe wijst. “Plastic in de blauwe,” zegt Floe. Puk duwt het flesje met zijn neus. Het rolt zacht. Plop, in de blauwe bak. Puk lacht.
Dan ziet Puk nog een papiertje. Het is licht als een veer. Puk pakt het op. “Waar moet dit?” zegt Puk. “In de groene,” zegt Floe. Plop.
De wind zucht lief. De bomen ruiken fris. Puk kijkt naar de aarde. “Schoon,” zegt Puk, heel blij. Floe zingt zacht.
's Avonds kruipt Puk in zijn warme hol. Hij denkt aan kleine pootjes die groot helpen.
Moraal: Met kleine, lieve stapjes houd je samen de wereld schoon.