Mila is drie jaar. Het is avond. In de keuken ruikt het naar soep. Mama zet een klein krukje neer. Mila klimt erop.
Op tafel ligt een rode appel. Mila voelt de koele schil. “Ik wil helpen,” zegt Mila. “Dat is fijn,” zegt mama.
Mama wijst naar drie bakjes. Een groen bakje. Een blauw bakje. Een grijs bakje. “Groen is voor schillen en klokhuis,” zegt mama. “Blauw is voor papier. Grijs is voor de rest.”
Mila pakt de appelschil. Ze loopt langzaam naar het groene bakje. Plop. Ze lacht zacht.
Daarna ziet Mila een leeg pakje sap. “Waar moet dit?” vraagt Mila. Papa komt erbij. “Kijk, dit is papier en karton,” zegt papa. Hij vouwt het plat. Mila drukt erop met haar kleine hand. Het kraakt een beetje. “Plat!” zegt Mila. “Ja, plat,” zegt papa. Samen doen ze het in het blauwe bakje.
In de hoek staat een flesje water. Mila pakt het. Ze schudt het. Het maakt een zacht klots-geluid. “Nog een slok?” vraagt mama. Mila drinkt een beetje. “Goed zo,” zegt mama. “Dan gooien we minder weg.”
Ze lopen naar het raam. Buiten staat een boom. De blaadjes bewegen rustig. Mila ziet de maan. “De boom drinkt ook water,” zegt papa. Mila knikt. “Wij helpen de boom,” zegt ze.
In bed krijgt Mila een kus. Ze denkt aan het plop-geluid en de stille boom. Haar ogen worden zwaar.
Moraal: Met kleine, lieve stapjes, zoals sorteren en opdrinken, help je elke dag de aarde.