Milan is wakker. De zon schijnt zacht door het raam. “Mmm,” zegt Milan. Hij hoort vogeltjes zingen. Tjilp, tjilp!
Milan gaat naar buiten. Mama is bij hem. Ze lachen samen. In de tuin ziet Milan een papiertje liggen. “Oh,” zegt Milan. Hij pakt het op. “Papiertje hoort in de bak,” zegt mama lief. “Hop!” roept Milan, en hij doet het papiertje in de prullenbak. Mama klapt in haar handen: “Goed zo!”
Op het gras zit een slak. Ze kruipt heel langzaam. “Kijk!” zegt Milan. “Dag slak.” De slak heeft een huisje op haar rug. Milan aait voorzichtig, heel zacht. “Zachtjes,” zegt mama. “De slak is blij,” fluistert Milan.
Mama en Milan geven de bloemen water. Plons, plons! De bloemen ruiken fijn. Milan lacht. De bijtjes zoemen: “Bzzz, bzzz!” Ze drinken uit de bloem. “Dag bij!” zegt Milan. Mama glimlacht: “Wij helpen de bloemen, de bijtjes ook.”
Milan ruimt zijn speelgoed op in de tuin. Alles is netjes. Hij zwaait naar de lucht. “Dag blaadjes, dag zon!” roept hij.
Samen gaan ze naar binnen. Milan voelt zich blij. Buiten is mooi en fijn.
Kleine handen helpen grote dingen, elke dag een beetje.