In een klein dorp wonen vier vriendjes: Sam, Joep, Max en Lars. Ze spelen graag samen. Op een dag missen ze iets. "Waar is mijn rode bal?" vraagt Sam. De bal is weg! De jongens kijken rond. Sam zegt: "Laten we zoeken!"
Ze kijken in de tuin. "Nee, geen bal," zegt Joep. Dan gaan ze naar de keuken. "Is hij hier?" vraagt Max. "Nee," zegt Lars. Ze zijn niet bang, alleen nieuwsgierig.
"Misschien in de woonkamer?" stelt Joep voor. De vriendjes rollen, lopen en kruipen. Ze zien een zacht kussen. "Kijk hier!" roept Max. Maar nee, alleen een knuffel.
Dan horen ze een geluid. "Hoor je dat?" vraagt Sam. Ze luisteren goed. "Komt het van buiten?" vraagt Lars. Ze gaan naar het raam.
Buiten zien ze een hondje met iets roods. "Kijk, daar is de bal!" roept Joep blij. Het hondje speelt ermee. De jongens lachen. Sam zegt: "Mag ik de bal terug?" Het hondje kwispelt en laat de bal vallen.
De vriendjes zijn blij. Ze geven het hondje een aai. "Dank je," zegt Max. Ze spelen verder met de bal.
Samen spelen is leuker dan alleen.