In de verre toekomst was er een grote ruimtebasis. De ruimtebasis had veel sterren en planeten. Het was een magische plek. Alle machines waren groot en glanzend. De robots waren vriendelijk en slijpden rond. Iedereen had een taak.
Meneer Sam was een ingenieur. Hij had een grote, witte helm op. “Hallo ruimtebasis!” riep hij. “Alles is goed?” Maar de ruimtebasis maakte een vreemd geluid. “Drrrrr!” zei de machine. Meneer Sam keek bezorgd. “Oh nee, wat is er aan de hand?”
De robotvriend, genaamd Robby, kwam dichterbij. “Meneer Sam, wat is er?” vroeg Robby met een zachte stem. “De machine maakt een raar geluid,” zei meneer Sam. “We moeten het fixen!”
“Ja! Samen kunnen we het doen!” zei Robby vrolijk. “Laten we werken!”
Meneer Sam voelde zich een beetje zenuwachtig. “Wat als we het niet kunnen maken?” vroeg hij. “Dat is oké,” zei Robby. “We proberen gewoon!”
Ze keken naar de grote machine. “Wat hebben we nodig?” vroeg meneer Sam. “We hebben een sleutel en een schroevendraaier nodig,” zei Robby. “Ik zoek ze wel!”
Robby zocht en zocht. “Hier zijn ze!” riep Robby blij. “Goed gedaan, Robby!” zei meneer Sam.
Ze begonnen te werken. “Draai de schroef! Draai, draai, draai!” zei meneer Sam. “Ja! Draai, draai, draai!” herhaalde Robby.
Na een tijdje hoorde de machine een zacht geluid. “Zoef!” zei de machine. “Het werkt weer!” riep meneer Sam. “We hebben het gedaan!”
“Ja! Teamwork!” zei Robby.
Meneer Sam glimlachte. “Dank je, Robby. Je bent een goede vriend.” “Jij ook, meneer Sam!” zei Robby.
De ruimtebasis was weer rustig. “We hebben het samen gedaan!” zei meneer Sam. “Samen kunnen we alles!”
Ze keken naar de sterren. “Wat een mooie nacht!” zei meneer Sam. “Ja!” zei Robby. “Laten we dromen van de ruimte!”
En zo sliepen ze onder de sterren, tevreden en gelukkig.