Luna is twee. Luna speelt in de keuken. Ze kijkt rond. Er is een klein spoor. "Kijk," zegt mama. "Toc-toc." Luna tikt zacht. De voetjes zijn klein. Ze zijn niet van papa. Ze zijn niet van mama. Wie is dat?
Luna gaat op pad. Ze pakt haar vergrootglas. "Hop," zegt ze blij. Ze kijkt naar de vloer. Pluizen hier. Een korstje daar. Het spoor gaat naar de kast. De kast piept: "piep." Luna lacht. Ze vraagt aan de kat. "Miauw," zegt de kat. De kat snuffelt en loopt weg. Het spoor gaat naar de plant. Plots: plof. Een klein krokant koekje valt. "Plouf," zegt Luna zacht. Een klein beertje zit ernaast. Het beertje heeft kruimels. Het beertje kijkt met grote ogen. Luna tilt het beertje op. "Hallo," zegt ze.
Samen met mama telt Luna de kruimels. Eén, twee, drie. "Wie eet koekjes?" vraagt mama. Luna wijst naar de kinderstoel. Daar ligt een kleine papieren hoed. In de hoed zit een vlek. De vlek zegt zacht: "mmm." Luna kijkt naar groot, zacht schoenen. De schoenen zijn van oma. Oma lacht in de deuropening. "Ik heb een koekje gebroken," zegt oma. "Ik deelde het met het beertje." Luna lacht. Ze deelt ook een stukje. "Hop," zegt iedereen.
Ze vegen samen de kruimels. Ze zetten het beertje op de stoel. De kat draait rond en spint. De keuken is weer rustig. Luna voelt zich slim. Ze klapt in haar handen. "Toc-toc," zegt ze nog eens blij.
Iedereen helpt elkaar en samen lossen we kleine raadsels op.