Lotta is een klein meisje. Ze is 18 maanden oud. Het is zomer. De zon schijnt. Lotta zegt: "Mama, ik wil naar buiten!"
Mama lacht. "Goed idee, Lotta! Laten we naar het park gaan."
Lotta klapt in haar handen. "Ja! Park!"
In het park ziet Lotta haar vriendje, Sam. Sam is ook klein. Hij speelt met een bal. Lotta zegt: "Hallo, Sam!"
Sam kijkt op. "Hallo, Lotta! Wil je met mij spelen?"
"Ja!" zegt Lotta vrolijk.
Lotta en Sam rennen naar de bal. Ze lachen en schateren. De vogelletjes fluiten. De bloemen bloeien. Het is een mooie dag.
Mama kijkt naar Lotta. "Heb je plezier, Lotta?"
"Ja, mama! Veel plezier!" zegt Lotta.
Na het spelen zegt Sam: "Wil je een ijsje eten?"
"Ja, ijsje!" roept Lotta.
Ze gaan samen naar de ijskraam. Lotta kiest een aardbei-ijsje. "Lekker!" zegt ze.
De zon gaat onder. Lotta is blij. "Vakantie is leuk!" zegt ze.
Mama knikt. "Ja, Lotta. Samen is het het leukste!"