Lina is vier jaar oud. Het is zomer en Lina gaat naar de tuin. De zon schijnt. Lina heeft een hoed op. Ze heeft een kleine gieter in haar hand. "Hallo bloemen," zegt Lina. "Ik ga jullie water geven."
In de tuin zijn er veel kinderen. Ze lachen en spelen. "Wil je helpen, Lina?" vraagt de juf. Lina knikt. "Ja, ik wil helpen!" zegt ze blij.
Lina giet water over de bloemen. Ze ziet een mooie vlinder. "Kijk, een vlinder!" roept ze. De vlinder fladdert vrolijk rond. "Dag vlinder," zegt Lina zachtjes.
De kinderen planten nieuwe plantjes. Lina graaft een klein gat. "Hier komt een plantje," zegt ze. Ze zet het plantje in de grond. "Nu groeien," fluistert Lina.
Na het werken, eten de kinderen fruit. Lina eet een appel. "Lekker," zegt ze. Ze kijkt naar haar vrienden. Ze lachen samen. Het is fijn in de tuin.
"Goed gedaan, Lina," zegt de juf. Lina glimlacht. Ze voelt zich trots. "De tuin is mooi," zegt ze. "Dank je wel dat je helpt," zegt de juf.
Lina houdt van de tuin. Ze houdt van de zomer. Ze houdt van helpen. Morgen komt Lina weer terug. "Tot morgen," zegt ze tegen de bloemen. "Tot morgen," zegt ze tegen haar vrienden.