Lila wordt wakker in haar bedje. De zon schijnt door het raam. “Mama, is het zomer?” vraagt Lila. Mama lacht. “Ja, lieve Lila, het is zomer. We hebben vakantie!”
Lila springt uit bed. Ze trekt haar zomerjurk aan. Haar blote voeten zijn blij. “Wat gaan we doen vandaag?” vraagt Lila. “We gaan samen schilderen,” zegt mama.
Lila krijgt dikke verf en een groot vel papier. Ze maakt een zon, bloemen en een grote lach. “Kijk mama, een vrolijke zon!” roept Lila. Mama klapt in haar handen. “Wat mooi, Lila!”
Later maakt papa een picknick klaar. “Zullen we naar het park gaan?” vraagt papa. Lila juicht. Ze pakt haar hoed en haar knuffelbeer. In het park zitten ze op een zachte deken. Ze eten stukjes appel en kaas. Ze luisteren naar de vogels.
Na de picknick bouwen ze samen een huisje van takken. “Kom maar in mijn hut, mama!” roept Lila. Samen zitten ze in de hut. Ze lachen en zingen een liedje.
's Avonds zit Lila buiten met haar familie. De lucht wordt oranje en roze. “Ik vind de zomer mooi,” zegt Lila zacht. Mama knuffelt haar. “Samen zijn is fijn,” zegt ze.
Lila geeuwt. “Morgen weer een nieuwe dag?” vraagt ze. “Ja, morgen weer samen spelen,” zegt mama. Lila sluit haar ogen. Ze voelt zich blij en veilig.