Lars is één jaar oud. Het is zomer! Lars is blij. De zon schijnt warm. Lars gaat naar buiten.
Mama en papa gaan ook mee. Ze gaan naar de tuin. In de tuin zijn bloemen. Grote bloemen. Kleine bloemen. Lars kijkt naar de bloemen. "Mooi!" zegt Lars.
Mama zegt, "Lars, wil je helpen?" Lars knikt. Hij wil helpen.
Papa geeft Lars een gieter. "We geven de planten water," zegt papa. Lars lacht. Hij vindt het leuk.
Lars giet water over de bloemen. "Planten hebben water nodig," zegt mama. Lars knikt. Hij begrijpt het.
Na het water geven, gaan ze wandelen. Ze gaan naar het park. In het park zijn er bomen. Hoge bomen. Lage bomen. "Bomen maken schaduw," zegt papa. Lars zit in de schaduw. Het is koel. Lars vindt het fijn.
In het park zijn kinderen. Ze spelen samen. Lars zwaait naar hen. Ze lachen terug. "Hallo!" roept Lars. Hij maakt nieuwe vriendjes.
Met zijn vriendjes gaat Lars op avontuur. Ze vinden een kleine tuin in het park. "Laten we helpen," zegt een vriendje. Lars en de vriendjes harken de aarde. Ze planten bloemen. "Jullie zijn goede helpers," zegt een mevrouw.
Lars lacht. Hij voelt zich blij. Hij helpt de natuur. "Dank je," zegt Lars. Hij leert dat helpen belangrijk is.
Aan het einde van de dag gaat Lars naar huis. Hij is moe maar gelukkig. Mama zegt, "Goed gedaan, Lars." Papa knikt. Lars glimlacht groot.
De zomer is leuk. Lars houdt van de zon, de bloemen, en het spelen met vriendjes. Hij weet nu dat helpen goed is. En dat maakt Lars blij.
Slaap zacht, Lars. Morgen is er weer een nieuwe dag vol avonturen.