Het is zomer. Konijn Kiki is blij. Kiki gaat op vakantie met papa en mama. Ze gaan naar het strand. Het zand is warm. Kiki lacht.
"Zullen we een zandkasteel maken?" vraagt papa.
"Ja!" roept Kiki.
Ze bouwen samen. Ze lachen. Het kasteel is groot. Het heeft torens. Kiki is trots.
"We gaan picknicken," zegt mama.
Ze leggen een kleed neer. Broodjes, fruit en sap. Ze eten samen. Het is lekker. Kiki ziet een vogel.
"Hallo vogel," zegt Kiki. De vogel fluit. Kiki lacht.
Na het eten gaat Kiki zwemmen. Het water is koel. Kiki spettert. Mama en papa kijken. Ze klappen in hun handen.
"Goed gedaan, Kiki!" zegt mama.
Kiki is blij. De zon schijnt. Kiki voelt zich warm en gelukkig.
's Avonds maken ze een kampvuur. Ze zingen liedjes. De sterren twinkelen.
"Wat een mooie dag," zegt papa.
"Ja," zegt Kiki, "ik hou van vakantie."
Kiki gaapt. Ze is moe. Mama geeft Kiki een knuffel.
"Slaap lekker, Kiki," fluistert mama.
Kiki sluit haar ogen. Ze droomt van morgen. Het wordt weer een mooie dag.
Kiki is gelukkig. Ze is met haar familie. Dat is fijn. Het is zomer. Het is vakantie.