Op een zonnige dag ging kleine Emma met haar mama naar het dorp. Het was zomervakantie en Emma was heel blij. "Kijk, mama, de zon schijnt!" riep Emma. Mama lachte en zei: "Ja, Emma, het is een mooie dag."
Ze kwamen aan bij het dorp. Daar waren veel kinderen. "Hallo, Emma!" riepen de kinderen. Emma zwaaide vrolijk terug. "Kom je met ons spelen?" vroegen ze. Emma knikte en rende naar hen toe.
De kinderen gingen naar de speeltuin. Er was een grote glijbaan en een schommel. Emma klom op de glijbaan. "Wee, wee!" lachte ze. De andere kinderen klapten in hun handen. "Goed gedaan, Emma!" riepen ze.
Na het spelen gingen ze naar de markt. Daar waren veel kraampjes. Emma zag mooie bloemen. "Kijk, mama, roze bloemen!" zei Emma. Mama knikte en kocht een bosje voor Emma. "Die zijn voor jou," zei mama. Emma glimlachte.
Verderop was een kraampje met ijsjes. "Wil je een ijsje, Emma?" vroeg mama. Emma knikte enthousiast. "Ja, alsjeblieft!" Ze koos een aardbeienijsje. "Lekker!" zei Emma terwijl ze likte.
Na het ijsje gingen ze naar de kinderboerderij. Daar zag Emma schattige geitjes. "Mèèè!" zei een geitje. Emma lachte. "Hallo, geitje!" zei ze. Ze gaf het geitje wat gras. "Eet smakelijk!" zei Emma.
Het werd tijd om naar huis te gaan. "Dag, vriendjes!" riep Emma. "Tot snel!" De kinderen zwaaiden terug. "Tot de volgende keer, Emma!"
Thuis vertelde Emma aan papa over haar dag. "Ik heb gespeeld, bloemen gezien en een ijsje gegeten!" zei Emma blij. Papa gaf haar een knuffel. "Wat een fijne dag, Emma!" zei hij.
Emma was moe maar heel gelukkig. Ze kroop in bed en sloot haar ogen. "Slaap lekker, Emma," zei mama. "Morgen weer een nieuwe dag."
En Emma droomde van nog meer zomerse avonturen.