Vier jongens spelen samen in de kamer. Ze heten Sam, Bram, Joep en Kyan. Kyan zit in een rolstoel. Ze lachen en bouwen een hoge toren met blokken. Opeens zegt Bram: “Waar is mijn knuffelbeer?” Iedereen kijkt rond. De beer is weg!
Sam zegt: “We zoeken samen!” Joep kijkt onder het kleed. Sam kijkt achter de kast. Kyan rijdt naar de bank en kijkt eronder. Bram tilt een kussen op. “Hier is hij niet,” zegt Joep. Sam lacht: “Misschien zit hij in de doos!” Maar in de doos liggen alleen auto's.
Kyan glimlacht en wijst: “Kijk, daar is iets bruins!” Ze kijken samen. Achter de gordijn piept een stukje stof. “Beer!” roept Bram blij. Joep pakt de beer voorzichtig. De beer zit een beetje vast. Sam helpt mee trekken. “Voorzichtig!” zegt Kyan zacht. Plots is de beer los. Bram knuffelt zijn beer stevig.
Iedereen lacht. “Gevonden!” roept Joep vrolijk. Ze geven elkaar een high five. Ze zetten de beer op de toren. “Nu is hij ook een bouwer,” zegt Sam. Ze spelen verder, blij en samen.
Soms is iets kwijt, maar samen zoeken is fijn.