Tom, Max, Sam en Finn zijn op vakantie. Ze zijn bij oma en opa op het platteland. Het is zomer en de zon schijnt.
"Wat gaan we doen?" vraagt Tom. "We gaan op avontuur," zegt oma. "Ja, avontuur!" roept Max. Ze lopen naar het bos. "Kijk, een vlinder!" zegt Sam. "Mooi," zegt Finn.
Oma zegt: "We maken een picknick." De jongens helpen mee. Ze leggen een kleed op de grond. Oma geeft broodjes. "Jammie!" zegt Tom.
Na de picknick zoeken ze stenen in de beek. "Ik vind een grote steen!" zegt Max. "Ik een kleine," zegt Finn. Ze lachen en spelen.
"Kom, we gaan naar huis," zegt opa. "Morgen weer avontuur," zegt oma. "Ja!" roepen de jongens. Ze zijn blij en moe. Het was een fijne dag.