Zomer is een fijne tijd. De zon schijnt en de lucht is blauw. Tom en Lila zijn twee vrienden. Ze zijn bijna twee jaar. Ze gaan samen naar het zomerkamp.
"Hallo, Lila!" zegt Tom. "Kijk, de kampeerplek!" Lila lacht. "Ja, Tom! Wat leuk!"
Ze gaan samen op ontdekkingstocht. Ze zien grote bomen en groene grasvelden. "We kunnen spelen!" zegt Lila. "Ja, spelen!" roept Tom.
Eerst gaan ze naar het zand. Ze maken een grote zandkasteel. Tom zegt: "Ik heb een grote schep!" Lila zegt: "Ik heb een emmer!" Samen bouwen ze. Het kasteel is mooi. "Kijk, ons kasteel!" zegt Lila trots.
Daarna gaan ze naar het water. "Spetter, spetter!" zegt Tom. Lila spettert ook. Ze lachen en roepen. "Wat leuk!" zeggen ze samen.
In de avond is er een kampvuur. De vrienden zitten dicht bij elkaar. Ze zien de sterren. "Kijk, een ster!" zegt Lila. "Ja, een mooie ster!" zegt Tom.
Het is tijd om naar bed te gaan. "Wat een leuke dag, Tom!" zegt Lila. "Ja, Lila, een fijne dag!" zegt Tom. Ze gaan lekker slapen, dromen van hun avonturen.
Zomer is een tijd van plezier en samen zijn. Tom en Lila leren veel en hebben het fijn. Samen lachen, spelen en ontdekken!