De Avontuur van Finn, Tim en Lotte
In een klein, vrolijk dorpje woonde Finn. Finn was een nieuwsgierige jongen met een grote glimlach. Hij had twee beste vrienden: Tim en Lotte. Tim was een slimme jongen, en Lotte had een mooie rolstoel. Samen gingen ze op avontuur!
Op een zonnige dag zei Finn: “Laten we de Grote Boom in het park vinden!” De Grote Boom was een speciale boom met veel geheimen. “Ja! Laten we gaan!” riep Lotte blij. “Ik voel het avontuur al!” Tim knikte. “We moeten dapper zijn!”
Ze begonnen te lopen. “Kijk, een kleurrijke vlinder!” zei Finn. De vlinder fladderde voorbij. “Vlieg, vlieg, kleine vlinder!” zongen ze samen. De vlinder leidde hen naar een glibberige heuvel. “Deze heuvel is glad!” zei Tim. “We moeten voorzichtig zijn!” Lotte duwde zichzelf omhoog. “Kom op, we kunnen dit!”
Bovenop de heuvel zagen ze de Grote Boom. “We hebben het gevonden!” juichte Finn. De boom was groot en vol met groene bladeren. “Wat een mooie boom!” zei Lotte. “Wat is er aan de hand?” vroeg Tim. Plotseling hoorden ze een zacht geluid. Het was een klein vogeltje dat vastzat in een tak!
“Wij helpen het vogeltje!” zei Finn. Ze werkten samen. Tim zei: “Ik trek de tak een beetje.” Lotte duwde met haar handen. “En ik zorg dat het vogeltje veilig is!” zei Finn. Ze waren zo dapper!
Het vogeltje vloog vrij. “Dank je wel!” zong het vogeltje. “Jullie zijn helden!” De vrienden lachten. “Ja, we zijn vrienden!” zei Lotte. Ze dansten rond de Grote Boom.
“Dit was een geweldig avontuur!” zei Finn. “Samen kunnen we alles doen!” zei Tim. Lotte knikte. “Ja! Vriendschap is magie!” En zo gingen ze naar huis, hand in hand, met de zon ondergangen achter de boom.
Einde