In een zacht groen bos leefde een kleine draak genaamd Didi. Didi had schubben die glinsterden als de zon. "Kom mee!", riep Didi blij tegen zijn vrienden, de vogel Piep en het konijntje Plop. Ze gingen samen op avontuur.
Ze liepen langs een kabbelend beekje. "Spetter spetter", zei het water vrolijk. Didi sprong over het beekje. "Hop!" Plop volgde met een grote sprong. "Hop!" En Piep vloog eroverheen, "Wiew!"
Ze zagen een groot blad. "Kijk!", zei Didi. "Wat een mooie schommel!" Piep en Plop knikten enthousiast. Samen duwden ze het blad. "Wiebel wiebel," ging de schommel. Ze schaterlachten.
Toen vonden ze een zachte pluk mos. "Dit is een fijn bed", zei Plop. Ze deden een dutje, "Zzz..."
Na hun rust vervolgden ze hun reis. Didi maakte een brug van takjes. "Kraak, krik," zei hij. Iedereen stak veilig over.
Aan het eind van de dag waren ze thuis. "Wat een dag!", zuchtte Piep gelukkig. Didi glimlachte en zei: "Samen is het altijd leuker."
Door samen te werken is elke dag een avontuur.