Muis Miep woont in een klein huisje onder de kast. Het ruikt er naar broodkruimels. Vandaag wil Miep op avontuur in de keuken. Niet ver weg. Gewoon dichtbij.
Ze zet een dopje op als helm. Ze pakt een draadje als touw. “Ik ben klaar,” zegt Miep.
Op de vloer ligt een grote lepel. Voor Miep is het een brug. Ze klimt erop. Stap. Stap. Ze wiebelt even. Ze ademt rustig. “Ik kan dit,” zegt ze zacht. Ze loopt door tot het einde. Aan de overkant lacht ze breed.
Dan ziet ze een hoge doos. De doos is glad. Miep denkt snel. Ze rolt drie kurken bij elkaar. Ze duwt ze tegen de doos. Het wordt een trapje. “Slim,” zegt Miep.
Bovenop ligt een rozijn. Een echte schat. Maar de rozijn zit vast aan een plakkerig stukje. Miep trekt. Het gaat niet.
Kikker Kees komt aan hupsen. “Ik help,” zegt Kees. Vogel Vina komt ook. “Ik zie het al,” zegt Vina. Ze tikt met haar snavel. Kees duwt heel zacht. Miep trekt heel zacht. Eén, twee, drie… plop! De rozijn is vrij.
Miep lacht. “Dank je,” zegt ze. Ze deelt de rozijn. Ieder een klein hapje. Het smaakt zoet en fijn.
Samen gaan ze terug. De lepel-brug voelt nu klein en veilig. In haar huisje kruipt Miep in haar zachte bed van wol. Ze zucht blij.
Moraal: Samen en rustig proberen maakt kleine dingen groot en goed.