In het bos woonde een kleine egel. De egel heette Pim. Pim had veel vriendjes. Op een dag zei Pim: "Laten we een avontuur beleven!"
De eend, de eekhoorn en de konijn wilden graag mee. Samen gingen ze op pad. Ze wandelden door het bos en zagen mooie bloemen. "Kijk hoe mooi!" zei de eekhoorn.
Opeens kwam er een grote plas water. "Hoe komen we aan de overkant?" vroeg de konijn. Pim dacht even na. "Ik weet het! We maken een brug van takken."
De dieren zochten takken en legden ze over het water. Voorzichtig gingen ze één voor één over de brug. "Goed gedaan!" riep de eend blij.
Aan de overkant zagen ze een open plek met lekkere bessen. "Laten we hier pauze maken," stelde Pim voor. Ze aten de bessen op en smulden ervan.
Na de pauze wilden ze wat spelen. Ze speelden verstoppertje. Pim verstopte zich achter een grote boom. "Waar is Pim?" vroegen de vriendjes. Maar Pim kwam al snel tevoorschijn. "Hier ben ik!" lachte hij.
De zon begon langzaam onder te gaan. Het was tijd om naar huis te gaan. Samen liepen ze terug naar hun huisjes.
Thuis waren ze moe, maar blij. Ze hadden een geweldig avontuur beleefd.
Samen zijn is fijn.