Er was eens een klein jongetje, Tim. Tim hield van Pasen. Hij wilde mooie paaseieren maken voor zijn familie en vrienden. “Ik ga op avontuur!” zei Tim blij.
Tim pakte verf en kwasten. Hij ging naar de tuin. “Kijk, een ei!” riep hij. Het ei was groot en glanzend. “Wat een verrassing!” zei Tim. Hij begon het ei te verven met vrolijke kleuren.
Toen hoorde hij een geluid. “Kukeleku!” Het was een vrolijke kip. “Wat doe je, Tim?” vroeg de kip. “Ik maak paaseieren!” zei Tim. “Dat is leuk! Ik help je!” zei de kip.
Samen versierden ze de eieren. “Zullen we een zoektocht doen?” vroeg Tim. “Ja!” zei de kip. Ze zochten naar meer eieren in de tuin. Ze vonden kleine eieren, grote eieren, en zelfs een gouden ei!
“Wat een feest!” lachte Tim. “Dank je wel, kip!” Ze dansten samen. Het was een magische Pasen vol vreugde en kleur. Tim was heel blij.