Lucas zit op de zachte mat in de woonkamer. De zon schijnt door het raam. Mama lacht. “Vandaag is het Pasen,” zegt ze. Lucas klapt in zijn handjes. Alles voelt vrolijk.
Mama zet een mandje naast Lucas. In het mandje liggen gekleurde eitjes. Rood, geel, blauw, groen. “Kijk, eitjes!” roept mama. Lucas pakt een geel eitje. Het voelt glad en koel. Hij lacht. “Ei!” roept hij blij.
Papa komt binnen met een grote, gekleurde hoed. “Pasen!” zegt papa. Lucas lacht nog harder. Papa zet de hoed op Lucas' hoofd. De hoed is een beetje groot. Het voelt grappig.
Samen zoeken ze eitjes in de kamer. Eén ei onder de stoel. Eén ei in de hoek. “Daar!” roept mama zacht. Lucas kruipt erheen en vindt een blauw eitje. Wat een feest!
Dan zingen ze samen een liedje over kuikentjes. Mama zingt en Lucas wiebelt. Papa klapt zacht mee. Lucas danst. De kamer is vol kleur, licht en lachen.
Als alles gevonden is, geeft mama Lucas een knuffel. “Goed gedaan, kleine paashaas,” zegt ze. Lucas giechelt en geeft een kus.
Samen zijn is het allerfijnst, vooral als alles vrolijk en kleurrijk is.