Lila de kleine draak rolt uit haar nest. Ze heeft zachte veren in roze en geel. Buiten is het licht. De lucht lacht. Het is Pasen.
Lila kijkt naar de tuin. Er zijn eieren in alle kleuren. Blauw, groen, oranje. Lila zwiept met haar staart. Ze wil mee doen. Ze pakt een mand. De mand wiebelt en lacht.
"Laten we schilderen!" zegt Lila. Ze gebruikt een penseel zo groot als haar poot. Ze doopt het in verf. Ze zingt zacht. "Tok tok tok," gaat het penseel. De verf wordt bloem en stip en zon.
Na het schilderen verstopt Lila de eieren. Ze legt een blauw ei achter een blad. Ze legt een geel ei in het gras. Ze legt een oranje ei dicht bij een steen. Ze fluistert "vind je het?" en lacht.
Andere dieren komen kijken. Een klein vogeltje piept. Een konijntje huppelt. Een vlinder fladdert rond. Iedereen zoekt samen. Ze vinden het blauwe ei. Ze vinden het gele ei. Ze vinden het oranje ei. Ze geven elkaar een knuffel.
Er is ook limonade. Lila blaast zacht op een rietje. Ze proeft en lacht. "Proef jij?" vraagt ze. Iedereen proeft. Het smaakt naar zon en lucht en lente.
De dag is vol kleur. De lucht kleurt zacht. Kaartjes met hartjes wapperen. Muziek speelt op een tak. Lila danst op haar kleine pootjes. Ze draait en springt. Niemand is bang. Niemand is alleen.
Als de zon wegzakt, liggen de dieren dicht bij elkaar. Ze delen koek en een warme lach. Lila sluit haar ogen. Ze denkt aan de eieren en de kleuren. Ze droomt van meer lente.
Eenvoudig delen maakt elk feest warm en blij.