Lentezon komt door het raam. Noor, Mia, Lotte en Saar zijn twee jaar. Ze dragen jurkjes met stippen. Op tafel staat een mand met eitjes. “Pasen!” zegt Noor. “Joepie!” zegt Mia.
Mama zet potjes verf neer. “Kijk, rood, geel, blauw.” Kwastje: swiep-swiep. Eitje wordt roze. “Mooi!” zegt Lotte. Saar doopt haar kwast. Plop! Een drup op haar neus. Iedereen lacht: “Hihi!”
Dan klinkt er in de tuin: “Tok-tok!” Een klein wit haasje huppelt langs het gras. Hop-hop. Het heeft een mandje met lintjes. “Voor jullie,” zegt het zacht. De meisjes kijken met grote ogen. “Wauw,” fluistert Noor.
Ze gaan zoeken. In de pot, achter de gieter, onder de stoel. “Toc-toc,” tikt Mia op een bloempot. “Hier!” roept ze. Saar vindt een eitje in een sok. “Gek!” zegt ze. Lotte vindt een gouden ei. Het glanst in de zon.
Binnen eten ze brood en een ei. “Dank je, haasje,” zegt Noor. Het haasje zwaait en huppelt weg.
Samen delen is lief en maakt Pasen extra blij.