Kleine Wolfje ligt op de vloer. “Boem!” zegt hij. Zijn zusje, Lupa, bouwt een toren met blokken. “Hup, hup, hup!” zegt ze. Klein Wolfje wil ook. Hij schuift dichterbij. “Mag ik mee?” vraagt Klein Wolfje. “Ja,” zegt Lupa.
Samen stapelen ze blokken. “Hop!” zegt Lupa. “Hop!” zegt Klein Wolfje. Maar oei, Klein Wolfje pakt de rode blok. Lupa wil juist die blok. “Dat is míjn blok!” roept Lupa. “Nee, mijn blok!” roept Klein Wolfje. Ze trekken zachtjes aan de blok. “Tik tik!” klinkt het.
Plots vallen de blokken. “Plof! Boem!” lachen ze. Ze liggen op hun buik in de blokken. Lupa kijkt Klein Wolfje aan. “Stapel jij samen met mij?” vraagt ze. Klein Wolfje knikt. “Samen is leuk!” zegt hij.
Ze pakken blokken. Lupa geeft Klein Wolfje de rode blok. “Hier!” zegt ze. Klein Wolfje geeft Lupa de blauwe blok. “Voor jou!” zegt hij. “Dank je!” zegt Lupa. “Jij bent lief,” zegt Klein Wolfje. “Jij ook!” zegt Lupa.
Ze bouwen samen. De toren wiebelt. “Pas op!” roept Klein Wolfje. “Hop!” zegt Lupa. “Hoera!” roepen ze als de toren blijft staan.
Mama Wolfje kijkt om het hoekje. “Wat een mooie toren!” zegt ze. Lupa en Klein Wolfje klappen in hun pootjes. “Klap klap!” klinkt het vrolijk.
Als de blokken vallen, lachen ze. “Plonk! Haha!” Samen opruimen is ook leuk.
Samen spelen is fijner dan alleen.