Tim en Tom zitten op de grond. Ze kijken naar de grote stapel kussens. "Kijk, een kussenberg!" roept Tim. "Ja, laten we spelen!" zegt Tom vrolijk.
Samen pakken ze de kussens. Ze bouwen een grote berg in de woonkamer. De kussens zijn zacht en kleurrijk. Tim lacht. "Dit is leuk!"
Dan komt Tom met een idee. "Laten we een dekentje pakken." Hij rolt naar de kast en pakt een grote, blauwe deken. "Kijk, een tent!"
Ze leggen de deken over de kussenberg. "Wauw, nu is het een huis!" zegt Tim. Ze kruipen samen onder de deken. Het is warm en gezellig.
Plots hoort Tim een geluid. "Oh nee, de kussens schuiven!" roept hij. De berg begint te wiebelen. Tom lacht. "Snel, help me!"
Samen duwen ze tegen de kussens. Ze moeten samenwerken. "Kussen hier, kussen daar," zegt Tom. Tim knikt. "We doen het samen."
Langzaam stopt de berg met wiebelen. De tent staat weer stevig. "Gelukt!" roept Tim blij. "We zijn een goed team," lacht Tom.
Ze zitten samen onder de tent. Het is stil en fijn. Tim kijkt naar Tom. "Dit was een avontuur," zegt hij. Tom knikt. "Ja, een heel leuk avontuur."
Ze lachen samen. De kussenberg is hun speciale plek. Hun avontuur is voorbij, maar de herinnering blijft. Samen spelen is fijn.