Kleine Wolfje en zijn broertje Zilver speelden in het bos. "Kijk," zei Wolfje, "een grote tak!" Hij sprong op de tak. "Hop!" riep hij. Zilver lachte en sprong ook. "Hop!"
De tak wiebelde. "Oh-oh," zei Zilver. De tak kraakte. "Krak!" Wolfje keek naar Zilver met grote ogen. "Wat nu?" vroeg hij.
"Ik heb een idee!" zei Zilver. Hij pakte een klein takje en begon ermee te zwaaien. "Hokus pokus!" zei hij. Wolfje keek verbaasd. "Wat doe je?" vroeg hij.
"Ik tover de tak stevig!" zei Zilver. "Abracadabra!" Wolfje lachte. "Dat is grappig!" zei hij.
Plotseling viel de tak op de grond. "Plof!" Wolfje en Zilver rolden over de grond van het lachen. "Nog een keer!" riep Wolfje.
Ze zochten een nieuwe tak. "Hier!" riep Zilver. "Deze is perfect!" Ze klommen erop. "Hop!"
Maar deze tak was glad. "Oeps!" riep Wolfje en hij gleed naar beneden. "Swoesh!" Zilver gleed ook. Ze belandden in een hoop bladeren. "Boem!"
Ze lachten zo hard dat hun buikjes pijn deden. "Nog een keer?" vroeg Zilver.
Wolfje dacht even na. "Misschien morgen," zei hij. "Nu ben ik een beetje moe."
Ze gingen samen naar huis. "Dat was leuk," zei Zilver. "Ja," zei Wolfje, "en morgen doen we het weer!"
Hun mama wachtte op hen bij de deur. "Hebben jullie plezier gehad?" vroeg ze. "Ja!" riepen Wolfje en Zilver tegelijk.
Mama glimlachte. "Goed, dan is het tijd voor een knuffel." Ze omhelsde haar twee kleine wolfjes.
Samen gingen ze naar binnen, klaar voor een warm kopje thee en een verhaaltje voor het slapengaan.
En zo eindigde hun dag vol plezier en avontuur.
Samen spelen maakt alles leuker.