Op een dag in het bos besloot de kleine beer, genaamd Bram, samen met zijn broer Bo en zusje Belle iets grappigs te doen. "Laten we een spel spelen!" riep Bram. "Ik speel Bo, Bo speelt Belle en Belle speelt mij!"
Ze lachten en vonden het een geweldig idee. Bram deed een grote stap en zei met een lage stem: "Ik ben Bo en ik ben de grootste!" Bo giechelde en zei met een hoge stem: "Ik ben Belle! Kijk, ik kan dansen!" Belle lachte en riep: "Ik ben Bram! Ik ben de snelste!"
Bram pakte een grote stok en zei: "Kijk, ik ben Bo en ik ga hout hakken!" Bo gaf Belle een knuffel en zei: "Ik ben Belle, ik geef de beste knuffels!" Belle rende rond en zong: "Ik ben Bram, ik ben de snelste in het bos!"
Ze lachten en lachten. Bram deed zijn best om serieus te kijken zoals Bo, maar hij struikelde over een tak. "Oeps!" riep hij. Bo en Belle rolden over de grond van het lachen.
Na een tijdje zei Belle: "Ik ben moe van het rennen!" Bo knikte: "Ik ook, ik wil rusten." Bram glimlachte en zei: "Laten we samen rusten."
Ze gingen onder een grote boom zitten, dicht bij elkaar. "Dit was de beste dag!" zei Bram. Bo en Belle knikten. "Ja, het was leuk om elkaar te zijn!"
En zo eindigde hun dag van ruilen en lachen, terwijl de zon langzaam achter de bomen zakte. In de armen van elkaar voelden ze de warmte van hun gezin en vielen ze in slaap, met een glimlach op hun berengezichten.