Sam loopt in de tuin. Sam is één jaar oud. De lucht is koel. De bladeren vallen zachtjes. Rood, geel, bruin. Sam lacht.
"Mama, kijk!" roept Sam.
"Wat zie je, lieve Sam?" vraagt mama.
"Blad! Groot blad! Klein blad!" zegt Sam blij.
Samen rapen ze blaadjes op. Sam voelt aan een glad blad. Sam voelt ook aan een krulblad.
"Voel je dat, Sam? Zo zacht," zegt mama.
"Zacht," zegt Sam rustig.
De wind waait een beetje. Sam hoort het ritselen.
"Luister, mama!" zegt Sam.
"Wat hoor je, Sam?" vraagt mama.
"Blaadjes dansen," zegt Sam zacht.
Sam ziet een eikeltje op de grond.
"Rond bolletje!" roept Sam.
"Dat is een eikeltje," zegt mama.
"Eikeltje," zegt Sam blij.
Mama haalt papier en lijm.
"Wil je samen knutselen?" vraagt mama.
"Ja!" zegt Sam.
Samen plakken ze blaadjes op het papier. Rood, geel, bruin.
"Kijk, mama! Mijn kunstwerk!" zegt Sam trots.
"Wat mooi, Sam," zegt mama. "Alle kleuren van de herfst."
In de tuin plant papa een nieuwe boom.
"Boom krijgt blaadjes," zegt Sam.
"Ja," zegt papa. "Volgend jaar nieuwe blaadjes."
Sam kijkt naar zijn kunstwerk.
"Herfst is mooi," zegt Sam zacht.
"Ja, Sam," zegt mama. "Herfst is heel mooi."
De tuin ruikt naar natte aarde. Sam voelt zich fijn.
Samen lachen ze. De herfst is warm in hun hart.