Linde trekt haar jas aan. "Mama, bladeren!" roept ze blij. Mama lacht. "Ja, Linde, het is herfst. Kijk maar eens buiten."
Linde en mama lopen naar de tuin. "Kijk, de blaadjes zijn geel en rood," zegt mama. Linde pakt een blad op. "Zacht," zegt ze en lacht.
Op school laat juf Linde bladeren zien. "Wat horen we nu?" vraagt juf. "Wind!" roept Linde. "Ja, de wind blaast de blaadjes weg," zegt juf.
In de klas maakt Linde een schilderij. "Wat schilder je?" vraagt juf. "Bladeren, geel en rood," zegt Linde trots. Juf knikt. "Mooi, Linde. De herfst is kleurrijk."
Na school vindt Linde kastanjes op de grond. "Kijk mama, rond en bruin," zegt Linde. Mama knikt en zegt: "Goed gevonden, Linde."
Thuis legt Linde de kastanjes op tafel. "Kastanjes zijn herfst," zegt ze zachtjes. Mama geeft haar een knuffel.
Wanneer het bedtijd is, zegt Linde: "Herfst is mooi." Mama zegt: "Ja, Linde, de herfst is heel speciaal."
Linde sluit haar ogen. Ze droomt over bomen en bladeren. De herfst is warm en fijn.