Er was eens een kleine jongen genaamd Sam. Sam was één jaar oud. Sam was heel nieuwsgierig. Sam vond het leuk om te spelen. Vandaag had Sam een groot avontuur!
Sam had een grote doos. De doos was in de woonkamer. Sam keek naar de doos. De doos was een boot! Sam stapte in de boot. "Peddel, peddel," zei Sam. De kamer was nu een zee. De zee was groot en blauw.
Opeens zag Sam iets glimmen. "Wat is dat?" vroeg Sam. Het was een schat! Sam was blij. "Wauw!" zei Sam. Sam opende de schatkist. In de schatkist zaten kleurtjes. Rood, geel en blauw. Dat vond Sam mooi.
Naast de doos was Beer. Beer was Sam's vriend. "Hallo Beer," zei Sam. "Kijk, een schat!" Sam gaf een blauw kleurpotlood aan Beer. "Voor jou," zei Sam.
Sam en Beer tekenden samen. Ze tekenden een grote regenboog. Rood, geel, blauw. De regenboog was mooi. Sam lachte. "Dit is leuk," zei Sam.
Na het tekenen was Sam moe. "Tijd voor een dutje," zei mama. Sam knikte. Sam legde zijn hoofd op de kussen. Beer lag ernaast.
Sam droomde van nog meer avonturen. Avonturen met boten en schatten. "Morgen weer," mompelde Sam. Sam was blij. Sam was veilig. Sam was thuis.
En zo eindigde Sam's grote avontuur voor vandaag. Slaap lekker, kleine avonturier. Tot morgen!