Sam kijkt naar de bomen. "Kijk, mama, de blaadjes zijn rood en geel!" zegt Sam. Mama glimlacht. "Ja, Sam, het is herfst."
Sam loopt over de boerderij. Hij ziet appels aan de bomen. "Appels zijn rood," zegt Sam. Papa plukt een appel. "Wil je een hapje, Sam?" Sam knikt blij. De appel is zoet.
Op het veld ziet Sam pompoenen. "Grote pompoenen!" roept Sam. Oma komt eraan. "Zullen we een pompoen kiezen, Sam?" Sam kiest een grote, oranje pompoen.
De lucht is fris. Sam voelt de wind op zijn gezicht. "De wind is koud," zegt Sam. Opa geeft Sam een warme sjaal. "Nu is het beter," zegt Sam.
De zon gaat onder. De lucht is oranje en roze. "Herfst is mooi," zegt Sam. Mama geeft Sam een knuffel. "Ja, Sam, herfst is prachtig."