In een klein huisje, aan de rand van het bos, woonde een vrolijke pompoen. De pompoen heette Pompom. Pompom was een grote, ronde pompoen met een mooie oranje kleur. Hij glimlachte altijd en was heel blij.
Op een zonnige herfstochtend, zei Pompom: "Vandaag is het tijd om klaar te maken voor de winter!" De bladeren in de bomen waren geel en rood. Pompom keek naar buiten en zag de bomen wiegen in de frisse lucht. "Wat een mooie kleuren!" riep hij.
Pompom wilde de tuin helpen. “Ik moet de bladeren opruimen,” dacht hij. Hij rolde naar de tuin. De tuin was vol met bladeren. "Blad, blad, overal blad!" zong Pompom vrolijk. Hij begon te rollen en duwde de bladeren in een grote hoop. "Hoppa! Bladeren in een hoop!" zei hij blij.
Toen kwam zijn vriend, de kleine eekhoorn, hulp bieden. "Hallo Pompom! Kan ik helpen?" vroeg de eekhoorn. "Ja, kom maar!" antwoordde Pompom. Samen maakten ze de tuin netjes. De eekhoorn sprong en verzamelde de blaadjes. Pompom rolde en duwde. Het was leuk om samen te werken.
"Dit is teamwork!" zei Pompom. "Ja, teamwork is leuk!" zei de eekhoorn. Ze zongen samen terwijl ze werkten. "Lalalala, wat een mooie herfst!"
Na het opruimen, keken ze naar hun werk. De tuin was zo mooi! "Kijk hoe schoon het is!" zei de eekhoorn. "Ja, we hebben het goed gedaan!" zei Pompom trots.
De zon begon onder te gaan en de lucht kleurde oranje. "De herfst is prachtig," zei Pompom. "Ja, de herfst is magisch!" zei de eekhoorn.
En zo, met een schone tuin en blije harten, genoten Pompom en de eekhoorn van de mooie herfst. Het was een perfecte dag om samen te werken en de natuur te waarderen.
"Tot morgen, Pompom!" zei de eekhoorn. "Tot morgen!" zei Pompom, terwijl hij tevreden naar de sterren keek.