Er was eens een klein konijntje genaamd Pluis. Pluis was heel blij, want het was Pasen! Pluis huppelde vrolijk rond in de tuin.
"Mama, mama!" riep Pluis. "Kijk, ik heb een ei gevonden!" Het ei was groot en kleurrijk. Pluis keek er nieuwsgierig naar.
"Wat zit erin, mama?" vroeg Pluis zachtjes.
"Weet ik niet, Pluis," zei mama konijn. "Misschien een verrassing?"
Pluis huppelde naar zijn vriendjes. "Kijk, kijk!" riep Pluis. "Een ei! Wat zou erin zitten?"
"Open het, open het!" riepen de vriendjes samen.
Pluis tikte voorzichtig het ei open. Plop! Er zat een klein briefje in. Pluis keek verbaasd.
"Wat staat erop?" vroeg het eendje Kwak.
Pluis keek naar het briefje. "Vind de parade!" las Pluis langzaam.
"De parade?" vroeg Kwak. "Waar is die?"
"Weet ik niet," zei Pluis. "Laten we zoeken!"
Pluis en zijn vriendjes liepen door het bos. Ze zagen bloemen, ze hoorden vogels, maar geen parade.
"Kijk daar!" riep Kwak ineens. In de verte zagen ze kleurige vlaggen wapperen. Het was de Paasparade!
Pluis en de vriendjes renden erheen. Ze zagen kinderen dansen, ze zagen mooie wagens vol bloemen.
"Wat mooi!" zei Pluis blij. "De parade is zo leuk!"
Pluis sprong op en neer van plezier. "Pasen is geweldig!" riep Pluis.
En zo genoten Pluis en zijn vriendjes van de vrolijke parade. Ze lachten, ze dansten, en ze aten lekkere paaseitjes.
"Pasen is de beste dag," zei Pluis met een grote glimlach. En iedereen was het daarmee eens.