Sneeuw ligt zacht op het dak. In huis branden kaarsjes. Het ruikt naar koekjes.
Pip huppelt door de kamer. Pip is klein en rond. Pip heeft glanzende vleugels en een muts met een belletje. Het belletje zegt: ting.
In de hoek staat de kerstboom. Hij heeft lampjes. Ze knipperen: aan, uit, aan. Pip kijkt blij.
“Hallo boom,” zegt Pip.
“Hallo Pip,” zegt mama. Mama hangt een ster op. De ster glimt als ijs.
Pip wil ook helpen. Pip pakt een rode bal. Oeps. De bal rolt weg. Hij rolt onder de bank.
Pip kijkt. “Bal weg,” zegt Pip zacht.
Papa lacht lief. “We zoeken samen,” zegt papa.
Pip kruipt. Papa kruipt ook. Onder de bank is het donker, maar papa heeft een klein lampje. Het lichtje is warm. Daar ligt de bal.
“Daar!” zegt Pip.
Pip pakt de bal. “Gevonden,” zegt Pip.
“Goed zo,” zegt mama.
Pip hangt de bal aan de boom. De bal wiegt heen en weer. Ting, zegt het belletje op Pips muts.
In de keuken zingt de oven. Ding! Koekjes zijn klaar. Mama legt ze op een bord. Pip ruikt. “Mmm,” zegt Pip.
Er is ook warme melk. De beker is rood. Op de beker staat een rendier. Pip tikt met een vinger. “Hert,” zegt Pip.
Buiten vallen nieuwe vlokjes. Ze dansen traag. Binnen is het warm. De lampjes in de boom maken kleine lichtjes op de muur. Pip kijkt en klapt zacht.
Dan klinkt er een tik tik bij het raam. Pip kijkt. Op de vensterbank ligt een klein pakje. Het papier is goud. Er zit een strik op.
“Voor Pip,” zegt papa.
Pip doet heel rustig open. In het pakje zit een belletje, klein en zilver. Pip schudt. Ting-ting.
“Mooi,” zegt Pip.
Mama zet zachte muziek aan. Papa pakt Pip op. Pip voelt de warme trui van papa. Pip zwaait naar de boom.
“Fijne kerst,” zegt mama.
“Fijne kerst,” zegt Pip.
Pip glimlacht. Pip is blij. Alles is zacht, licht en lief.
Moraal: Samen helpen en samen zoeken maakt kerst extra warm.