Het is winter. Kleine Noor is drie jaar. Ze zit bij het raam. Buiten vallen witte sneeuwvlokken. “Oh, wat mooi!” zegt Noor. Mama komt en zegt: “Het is bijna Kerstmis.” Noor klapt in haar handjes. Klap, klap!
Samen maken ze een boom van papier. Plak, plak! Noor plakt sterren op de boom. “Kijk, mama!” roept ze blij.
Papa komt binnen. Hij zegt: “Zullen we samen koekjes bakken?” “Ja!” roept Noor. Ze strooit bloem. Plof! Bloem op haar neus. Mama lacht. Noor lacht ook. Hihi!
De oven zegt: “Ting!” De koekjes zijn klaar. Noor proeft. “Mmm!” Ze geeft mama een koekje. “Samen proeven is fijn,” zegt mama.
Buiten hoort Noor: “Ting-ting!” Het is een klein belletje. Noor kijkt naar buiten. Er zit een vogeltje op het hek. “Dag, vogeltje!” roept Noor zacht. Het vogeltje zingt. Lalala!
's Avonds hangt papa lichtjes in de boom. Klik, klik! Ze knipperen groen, rood en geel. Noor kijkt en haar ogen stralen. “Wat mooi!” roept ze.
Mama, papa en Noor zitten samen op de bank. Ze drinken warme melk. Mama zegt: “Wij zijn samen, dat is fijn.”
Want samen zijn is het mooiste cadeau.