Het sneeuwt zacht buiten. Kleine Bram kijkt uit het raam. Zijn neusje is koud. Hij klapt met zijn handje. "Sneeuw!" zegt hij blij.
Mam pakt zijn warme muts. Pap doet zijn jas dicht. Bram lacht. Hij stapst in zijn kleine laarsjes. Samen gaan ze naar de tuin. De lucht is wit en stil. De sneeuw knispert licht.
Bram rolt een bol. Hij maakt nog een bol. Drie bollen hoog. Mam zet een wortel neer. Pap geeft een hoed. De sneeuwpop lacht met zijn wortelneus. Bram klopt zacht op zijn buik. "Hoi sneeuwpop," fluistert hij. De sneeuwpop staat stil en vriendelijk.
Een rood lint hangt aan de tuinhaag. Het glanst. Kleine lichtjes branden in de boom. Bram wijst en klapt. Een vogeltje landt op de haag. Het zingt kort en weg. Bram kijkt met grote ogen.
Binnen is er warme melk. Mam zingt een liedje. Bram slurpt en geeuwt al. Zijn knuffelbeer zit dicht bij hem. Pap leest een kort verhaaltje. De kamer is zacht en licht. Buiten klinkt het geluid van blije voetstapjes.
Die avond zetten ze een klein bord met koekjes klaar. Bram zet een ster op het raam. Zijn handje trilt een beetje, maar hij lacht. Buiten flonkert de maan. Er is rust en hoop in het huis.
Bram valt in slaap in Mam haar armen. Zijn adem is zacht. De sneeuw buiten blijft liggen als wolken op de grond. In zijn droom vliegt hij op een ster. De ster is warm en vriendelijk. Bram droomt van lichtjes en koekjes en lieve stemmen.
De kerstavond is klein en heel mooi.
Een warme hand en een klein lied geven altijd rust in het hart.