Luna was een klein meisje van achttien maanden. Ze had een grote glimlach en glinsterende ogen. Het was Pasen! Luna keek naar de tuin. "Wat is daar?" vroeg ze blij. "Eieren! Eieren zoeken!"
Luna riep: "Mama, kom kijken!" Haar mama kwam naar buiten. "Ja, schatje, laten we de eieren vinden!" zei mama.
Ze keken onder de bloemen. "Geen eieren hier!" zei Luna. Ze keken achter de bomen. "Geen eieren hier!" zei mama.
Toen zag Luna iets glinsteren. "Kijk, mama!" riep ze. Het was een magisch ei! Het ei opende zich en er kwam een vrolijk konijntje uit. "Hippity hoppity! Welkom in de paaskleurige wereld!" zei het konijntje.
Luna lachte. "Wat leuk!" Het konijntje danste rond. "Kom, we zoeken meer eieren!"
Samen met het konijntje en mama zochten ze verder. Ze vonden gele, groene en blauwe eieren. "Eieren! Eieren!" riep Luna blij.
Het konijntje zei: "Jullie zijn geweldige ontdekkers!" Luna klapte in haar handen. "Ja, ontdekkers!"
Ze vonden zoveel eieren. Het was een prachtige Pasen. "Dank je, konijntje!" zei Luna.
"Tot de volgende keer!" zei het konijntje. Het sprong terug in het magische ei.
Luna en mama gingen naar binnen. "Wat een avontuur!" zei mama. Luna knikte. "Eieren en een konijntje!"
Ze genoten van de eieren. Het was een fijne, vrolijke Pasen.