Kleine Lotte zat op haar rode krukje. Ze keek naar buiten, naar de sneeuwvlokken die zachtjes vielen. "Kerst komt eraan!" lachte ze. Lotte was blij. Heel blij. Kerst was haar favoriete tijd van het jaar.
"Mama, wanneer komt de Kerstman?" vroeg Lotte met grote ogen. Mama lachte. "Binnenkort, lieve schat. Maar eerst moeten we de kerstboom versieren," zei mama. Samen pakten ze de doos met glinsterende ballen en slingers.
Lotte zette een gouden ster bovenop de boom. "Kijk, mama, een ster!" riep ze. "Prachtig, Lotte," zei mama. De boom glansde en schitterde. Het voelde al een beetje als Kerst.
Plotseling kwam er een zachte huil uit de schoorsteen. "O nee!" zei Lotte verbaasd. Wat was dat? Een klein elfje zat vast in de schoorsteen!
"Ik ben Eddie," piepte het elfje. "Ik moet de cadeautjes brengen, maar ik zit vast!" Lotte keek naar mama. "We moeten Eddie helpen!" zei ze vastberaden.
Mama en Lotte trokken samen aan Eddie's kleine voetjes. "Een, twee, drie, trekken!" riepen ze. Met een plof viel Eddie uit de schoorsteen. Hij zat onder het roet, maar hij glimlachte breed.
"Dank je, Lotte! Nu kan Kerst doorgaan," zei Eddie vrolijk. Lotte klapte in haar handen. "Kerst is gered!" jubelde ze.
Die avond, onder de kerstboom, voelde Lotte zich warm en blij. Kerst was magisch. En Eddie, het elfje, was nu haar vriend. Samen vierden ze Kerst, met veel liefde en een beetje magie. Lotte wist, Kerstmis is de tijd van geven, van samen zijn, en van vriendschap. En dat maakte haar heel, heel blij.