Buiten valt zachte sneeuw. Kleine Lina gaat op haar sokken. Ze is twee jaar. Mama draagt een licht jurkje. Papa draagt een warme trui. Samen lopen ze naar de kerstboom. De boom glimt. Kleine lampjes knipogen. Lina lacht. Ze pakt een bol. De bol klinkt zacht. "Kijk", zegt mama. "Mooi", zegt papa. Lina zet de bol in de boom. Een engel hangt hoog. Lina wijst. Een vogel klopt zacht op het raam. Het klinkt als een lied. Lina klapt in haar handen. De hond snuffelt en geeft een twee lik. Niemand is bang.
Binnen is warme lucht. Er ruikt naar koek en kaneel. Lina krijgt een klein koekje. Ze bijt en lacht. Buiten klinkt de wind. Maar binnen is rust. Kleine lichtjes maken schaduw.
Na het eten gaat papa met Lina naar het raam. De straat is wit. Lampen gloeien. "Sneeuw", zegt Lina. Mama knuffelt haar zacht. Dan leggen ze een sok bij de haard. Lina zet haar kleine schoen. Ze fluistert. "Ssst", zegt mama. Ze zet melk en een koek. De maan kijkt toe. Het is stil en mooi.
In de nacht hoort Lina zacht getik. Ze opent haar ogen. Een kleine verrassing ligt in haar schoen. Een warme sok met een ster. Haar hartje maakt een sprongetje. Papa kust haar voorhoofd. Mama zegt: "Slaap zacht." Lina sluit haar ogen. Ze droomt van licht.
Kerst is zacht en warm voor wie lief is.