Het was een koude, sneeuwachtige avond. Kleine Lotte, een meisje van 18 maanden, keek door het raam. Sneeuwvlokken dansten in de lucht. "Kijk, sneeuw!" riep Lotte blij. Haar ogen glinsterden als sterren.
In de klas was het druk. De juf zei: "We gaan kerst vieren!" Lotte klapte in haar handen. "Ja, kerst!" zei ze. De kinderen versierden de klas met sprankelende lichtjes en mooie ballen. "Kijk naar de boom!" zei Lotte. De boom was groot en groen. Hij had glimmende sterren en kleurrijke slingers.
Plotseling hoorde Lotte een zacht geluid. "Wie is daar?" vroeg ze. Een kleine, vrolijke elf kwam tevoorschijn. "Ik ben Elfi!" zei de elf. "Ik breng kerstmagie!" Lotte lachte. "Kerstmagie, ja!"
Elfi zei: "Laten we samen zingen!" Ze zongen vrolijke kerstliedjes. "La la la, kerst is fijn!" klonk het. Lotte danste en klapte. Elfi gaf haar een mooie bal. "Voor jou, Lotte!" zei ze. Lotte voelde zich gelukkig.
"Wat is kerst?" vroeg Lotte. Elfi glimlachte. "Kerst is samen zijn, geven en blij zijn!" Lotte knikte. "Samen zijn met mama en papa!" zei ze.
De sterren twinkelden buiten. Lotte voelde de warmte van kerst. "Dank je, Elfi!" zei ze. "Kerst is leuk!"
Elfi zwaaide. "Tot de volgende keer, Lotte!" En met een sprongetje verdween de elf.
Lotte keek naar de sneeuw. Ze voelde zich blij en warm van binnen. "Kerst is magie!" zei ze zachtjes. En ze wist dat ze het nooit zou vergeten.