Lila was een klein meisje. Ze had een grote glimlach. Het was bijna Pasen! "Wat ga ik doen?" vroeg Lila. "Ik wil eieren versieren!"
Lila ging naar de tuin. Ze zag de paashaas. "Hallo, Paashaas!" zei ze. "Ik wil eieren maken voor iedereen!"
De paashaas sprong blij. "Wat een goed idee, Lila! Laten we samen eieren versieren!"
Lila en de paashaas gingen naar binnen. Ze kregen verf en kwasten. "Kies een kleur!" zei de paashaas. Lila koos rood. "Roood is leuk!"
Ze verfden een ei. "Kijk, het is mooi!" riep Lila. De paashaas knikte. "Ja, heel mooi!"
Ze maakten nog een ei, en nog een ei. "Dit wordt een grote verrassing!" zei Lila.
Toen het klaar was, zei Lila: "We moeten de eieren verstoppen!" De paashaas lachte. "Ja, laten we dat doen!"
Ze verstopten de eieren in de tuin. Onder de bloemen, achter de bomen. "Dit is leuk!" zei Lila.
De volgende dag kwam de familie. "Wat een mooie eieren!" zeiden ze. Lila glimlachte. "Dank je wel, Paashaas!"
"Jij hebt het gedaan, Lila!" zei de paashaas. Lila voelde zich blij. Pasen was leuk!