Er was eens een zonnige dag in het dorpje Lenteheuvel. De kinderen waren druk bezig met het versieren van hun school voor Pasen. Kleine Sam, met zijn heldere ogen en grappige glimlach, huppelde vrolijk rond. Hij had een heel speciaal Paasei verstopt voor de grote zoektocht. Maar o jee, toen Sam even niet keek, was het ei weg!
"Waar is mijn ei?" vroeg Sam zachtjes. Zijn vriendinnetje Lotte, met haar vrolijke krullen, kwam naast hem staan. "Waar is het mooie ei?" vroeg Lotte.
Ze zochten onder de tafel. "Ei, ei, waar ben je?" riep Sam. Maar het ei was daar niet. Ze kropen onder de glijbaan. "Ei, ei, kom terug!" zong Lotte. Maar ook daar geen ei.
Sam en Lotte gingen naar hun vriendje Bram. Bram had een rode bal en lachte altijd. "Bram, help ons zoeken!" zei Sam. Bram knikte en sprong op. "Waar is het ei?" vroeg Bram.
Samen zochten ze in de zandbak. "Ei, ei, kom tevoorschijn!" riepen ze samen. Plotseling wees Bram naar een bosje bloemen. Daar, tussen de gele bloemen, lag het speciale ei te glimmen in de zon.
"Hoera!" juichten Sam, Lotte en Bram. Ze gaven elkaar een knuffel. Het ei was gevonden, en de dag was weer vrolijk en vol plezier. Samen dansten ze rond. "Paaspret!" lachten ze allemaal.
En zo eindigde hun avontuur, vol lachen en vrolijkheid, op hun speciale paasdag.